|
De ambachtsheren en het Raadhuis in Hoogwoud Wie door Hoogwoud
rijdt ziet dat vele straten namen vernoemd zijn naar adellijke personen. Wat is
er waar van het veel gehoorde idee van de vrije en zelfstandige Westfriezen die
zich door niemand lieten onderwerpen ? Het loont de moeite om iets uitvoeriger
stil te staan bij de invloed van deze adellijke figuren in Hoogwoud en
Aartswoud, zeker nu het 740 jaar geleden is dat de Hollandse Graaf Willem II in
Hoogwoud vermoord werd. Willem bracht niet alleen adellijke ambachtsheren naar
Hoogwoud en Aartswoud maar ook het raadhuis, dat door diezelfde heren gebouwd
werd. Vanuit het raadhuis werd namelijk de belastingheffing geregeld
Kloosters
Het beeld van de vrije Westfriezen blijkt voor de vroege middeleeuwen te
gelden. In Egmond woonde omstreeks het jaar 900 wel een ridder genaamd Dirk I
maar hij had geen macht in Westfriesland. Dirk II stimuleerde omstreeks 950 de
bouw van een klooster te Egmond. Dit klooster zou in de komende eeuwen het
geloof brengen, ook in Westfriesland. In dezelfde tijd lieten de bisschoppen van
Utrecht in Friesland kloosters bouwen. Hun invloed reikte tot Medemblik. Vanuit
Egmond en Medemblik werden in diverse Westfriese dorpen kerken gesticht die
bovendien nog van pastoors werden voorzien. Hoogwoud ligt ongeveer halverwege
Egmond en Medemblik, maar viel waarschijnlijk onder Medemblik. In de rekeningen
van Egmond is namelijk de kerk van Hoogwoud niet te vinden. |
De nazaten van Dirk I vertrokken naar Zuid-Holland,
naar de monding van de Rijn, om er de scheepvaart van en naar Duitsland te
belasten. Wel vestigden ze in de erop volgende eeuwen hun gezag over het
grootste deel van Holland. Ze noemden zich de graven van Holland. De invloed van
Graaf Willem II reikte echter slechts tot Egmond en Alkmaar. De Westfriezen
bleven vrij. Hun land was moeilijk toegankelijk door de aanwezigheid van het
vele water. Zo waren bijvoorbeeld de Schermer en de Heerhugowaard nog niet
drooggelegd. De Westfriezen spanden wel af en toe samen met de bisschop van
Utrecht of met Friese ridders om het graafschap Holland onveilig te maken. In de
12de eeuw vielen ze herhaaldelijk Kennemerland binnen, terwijl ze een keer zelfs
Haarlem plunderden.
Graaf Willem II besloot daarom Westfriesland te
onderwerpen. Hij ondernam omstreeks 1250 verschillende veroveringstochten en
kreeg invloed in het hele gebied rondom Alkmaar, namelijk in Warmenhuizen en
Oudkarspel en in Oterleek, Obdam, Opmeer en Spanbroek. Het noordelijker gelegen
gebied waaronder Hoogwoud, Sijbekarspel, etc. bleef nog vrij. Erger nog Willem
II zakte in 1256 bij Hoogwoud door het ijs, waarna hij vermoord werd.
Zijn zoon graaf Floris V zette de pogingen om de Westfriezen te
onderwerpen in alle hevigheid voort. Hij werd hierbij geholpen door de heren van
Egmond. Verder kreeg Floris de dorpen Akersloot, Uitgeest en Wormer aan zijn
kant, weliswaar in ruil voor een tijdelijke vrijheid van belasting. Floris bond
tussen 1272 en 1289 herhaaldelijk de strijd aan
|